29 september 2020
Geplaatst door maartje

Over ontwikkelingen in en rondom Hart van de Waalsprong spreken we met enige regelmaat met Wander Hendriks, stedenbouwkundige bij de gemeente Nijmegen en betrokken bij een groot deel van de plannen in de Waalsprong. Dit keer de kansen die de herziening van het Bestemmingsplan Hof van Holland biedt.

Hoe zit het ook al weer? In een bestemmingsplan geeft de gemeenteraad voor een bepaald gebied aan hoeveel woningen, winkels en andere voorzieningen gebouwd mogen worden; voorzien van specifieke voorwaarden waaronder gebouwd mag worden. Bijvoorbeeld de maximale bouwhoogtes en het gebruik van de verschillende functies. In juni 2017 is het bestemmingsplan Hof van Holland-Centrumgebied vastgesteld. Daarin werd uitgegaan van 1.050 woningen en een maximale bouwhoogte van 37 meter. Bij de uitwerking van het stedenbouwkundige plan is echter gebleken dat het bestemmingsplan op een aantal onderdelen niet meer actueel is. Met dit voortschrijdende inzicht is drie jaar later het bestemmingplan voor Hof van Holland herzien. Er mogen 1.900 woningen gebouwd worden en de bouwhoogte mag variëren van 15 meter tot maximaal 60 meter. 

Aan Wander de vraag wat deze herziening oplevert voor de planontwikkeling van Hof van Holland. ‘Het belangrijkste is dat we nu meer woningen kunnen bouwen en dus meer mensen een nieuw thuis kunnen geven. Maar bovenal kunnen we een interessantere ecologische leefomgeving maken. Een leefomgeving waar adaptieve maatregelen tegen wateroverlast en hittestress de fundering zijn van het nieuwe stadje. Het klinkt gek maar een woontoren van 35 meter in het stadshart is pure winst en past bij onze ambitie om natuurinclusief te bouwen. Doordat je hoogbouw mag plegen, krijg je een diversiteit aan bouwhoogtes in een gebied. Dat biedt veel mogelijkheden voor verkoeling, vergroening, waterberging en het opwekken van energie in de stad. Een gevarieerder daklandschap is onderdeel van deze aspecten en heel effectief voor het stedelijk ecosysteem. Als voorwaarde geldt dat je het natuurlijk wel goed moet inrichten. Groene daken helpen de stad de opwarming tegen te gaan, isoleren beter en houden water vast. Als er gekozen wordt voor zonnepanelen dan heeft het combineren met groene daken onze voorkeur. Dat klinkt dubbelop maar eigenlijk is het dubbele winst want een kouder (groener) dak levert meer stroom op dan een ‘warm’ dak voorzien van een klassieke dakafwerking. Ook levert het toestaan van platte daken het voordeel op van waterbuffering tijdens hevige regenval. Het gaat overigens niet alleen om platte daken maar juist de combinatie van plat, schuin, hoog en laag zorgt voor een divers daklandschap. Dit wordt bijvoorbeeld zichtbaar rondom de huidige kersenboomgaard. Door daar meer variëteit in bouwhoogtes toe te staan kaderen we de boomgaard af tot een centraal park, en sluiten de boomkronen aan op het daklandschap van de woningen. Voor vogels zijn de daken geen obstakels meer maar onderdeel van hun groen bladerdek-landschap. 

Tot slot, heb je ook nog dat de variatie in bouwhoogtes binnen een gebouw of blok dakterrassen en -tuinen mogelijk maakt; dus wéér meer mogelijkheden om te vergroenen. Een leuk voorbeeld is de nieuwe basisschool in Hof van Holland. Gezamenlijk zijn we aan het onderzoeken hoe ze het gebouw zo kunnen ontwerpen dat je daktuinen krijgt die ook als buitenleslokaal kan gebruiken. Als dat geen natuurinclusieve gebiedsontwikkeling is?!'



Delen: